Hoe maak je uit 120 jaar filmgeschiedenis een lijst van favorieten? Ik denk dat zo’n lijst elk jaar weer een beetje anders is. Bepaalde favorieten blijven altijd bovendrijven, en het ene jaar is de ene wat hoger op mijn lijstje. Dit is uitdrukkelijk geen lijst van BESTE films. Dit is een lijst van mijn persoonlijke favorieten op DIT moment. Let’s dive in!
10: Undorgiven (1992)
Als een hoer door een boosaardige klant wordt verminkt nemen haar collega’s het heft in handen. Ze leggen het geld bijeen en loven een beloning uit voor de dood van de schuldige cowboy. Dit trekt diverse premiejagers aan. Sheriff Little Bill (Gene Hackman) maakt korte metten met deze ongenode gasten. Ondertussen is het nieuws van de premie ook aangekomen bij uitgebluste weduwnaar William Munny (Eastwood), ooit een gevreesde premiejager. Om zijn kinderen de kans op een betere toekomst te geven besluit hij deze laatste klus aan te nemen. Zowel Eastwood als zijn karakter lijken in niets meer op de premiejagers die hij speelde in de jaren 60 en 70. Ouderdom krijgt ons vroeg of laat in de greep. Munny lijkt door de tijd rustiger, gammeler en menselijker geworden. Zijn partners twijfelen dan ook of hij het nog wel heeft. Maar als de oude Munny tevoorschijn komt is er niets heroïsch aan. Eastwood breekt de mythe van heldendom in het westen systematisch af. Wat overblijft is een grimmige oude man die je op zijn slechtste dag niet wil tegenkomen.
9: Casablanca (1942)
als tiener dweepte ik met deze film. Tijdens een vakantie in Amerika kocht ik als 12 jarige een shirt met de bekende quotes “play it again sam” (ook als is ie in de film iets anders) en “here’s looking at you kid”. Ik kocht later de video en DVD. In mijn studententijd sierde de poster mijn studentenkamer. Ik verketterde Paul Verhoeven toen hij de film een Draak noemde. En de film is een stuk toegankelijker en onderhoudender dan het algeheel geprezen Citizen Kane van Orson Welles welk meestal gezien wordt als DE klassieker. Het verhaal is simpel en de jaren daarna nog vaak gerecycled (onder andere als Barb Wire). Rick (Bogard) runt een nachtclub in Casablanca tijdens de tweede wereldoorlog. Zijn ex-geliefde Ilsa heeft hulp nodig om samen met haar man (een verzetsstrijder) te ontsnappen naar veilig gebied. Tussen Ilsa en Rick broeit het nog, en Rick ziet zich gedwongen om te kiezen voor een nobele actie of voor de liefde. De film schreeuwt klassiek Hollywood en is ook vandaag de dag nog spannend en onderhoudend. Natuurlijk zijn er minpunten, maar ik voel zoveel liefde voor die film dat ze me niet zoveel kunnen schelen. Voor mij is Casablanca mede door sterren Bogard en Bergman de ultieme klassieker. Mocht je ‘m nog nooit gezien hebben, dan mis je een stukje filmgeschiedenis.

8: Indiana Jones Trilogie (1981 – 1989)
Hier speel ik vals door de eerste drie films als één geheel er op te zetten. Maar als men de serie niet onnodig had willen uitwringen met een vierde en vijfde deel, dan was de status van de eerste drie totaal legendarisch gebleven. George Lucas schreef met deze films over archeoloog en avonturier Indiana Jones een liefdesbrief aan de movie serials uit de jaren ‘30 en ‘40. Samen met scenarist Philip Kaufman en regisseur Steven Spielberg creëerden ze een fenomeen. Indiana Jones was in concept een soort James Bond zonder gadgets, met een vleugje Clint Eastwood en Toshiro Mifune er overheen. Jones was misschien wel hyper-mannelijk, maar Spielberg en Lucas wilden hem ook feilbaar en menselijk maken. Dat is waarom hij als actieheld voor mij interessanter is dan tegenwoordige sterren als Vin Diesel, Statham en the Rock. Indiana Jones is sterk maar ook kwetsbaar: niet alles wat hij doet lukt, en hij is vaak zichtbaar vermoeid en gewond. De vrije avontuurlijke spirit van de eerste drie films, de regie van Spielberg, gekoppeld aan de heerlijk ironische oogopslag van hoofdrolspeler Harrison Ford, de geweldige muziek van John Williams en scripts die balanceerden op mythisch en realiteit vormden een onweerstaanbare serie van drie films. Het einde van de derde film (Indy en zijn vrienden rijden te paard weg, op naar nieuwe avonturen) was perfect, en behoefde geen vervolg.
7: Gladiator (2000)
Met 12 nominaties en uiteindelijk 5 beeldjes was Ridley Scott’s epische “zand en sandalen film” de grote winnaar van de oscars dat jaar. Hoofdrolspeler Russel Crowe deed zichzelf tekort door deze film een regisseursfilm te noemen. Want zijn imponerende aanwezigheid is een wezenlijk onderdeel van de film. De eerste confrontatie tussen hem en Commodus (Joaquin Phoenix in een heerlijk kwaadaardige rol) is moeilijk voor te stellen met een andere acteur. De kracht van deze film zit hem in de volgende elementen: een simpele opzet, een perfecte casting, een regisseur die precies de juiste toon treft en een soundtrack van Hans Zimmer die de scenes op de juiste momenten aanvult. De ultieme bioscoopfilm, ik zag ‘m destijds een keer of vijf en kan er ook nu op TV geen genoeg van krijgen. Als is het maar om te zien hoe Maximus aan een verbouwereerde Commodus toegromt: “My name is Maximus Decimus Meridius. Commander of the Armies of the North. General of the Felix Legions. Loyal servant to the true Emperor, Marcus Aurelius. Father to a murdered son, husband to a murdered wife – and I will have my vengeance, in this life or the next.”

6: Lord of the Rings (2001-2003)
Wat was het begin deze eeuw gouden tijden in de bioscoop. Marvel overheerste nog niet de boxoffice. We hadden Harry Potter, Star Wars, the Matrix… en #LOTR. Peter Jackson’s verfilming van het gelijknamige boek veroverde de harten van de filmgangers. Ik weet nog goed dat ik met vrienden voor de zesde keer naar Fellowship Of The Ring ging, puur om het feit dat er een drie minuten preview van de tweede film bij zou zitten. Het boek van Tolkien werd lange tijd onverfilmbaar geacht, tot dat Jackson anders bewees. Ik had de Hobbit wel eens gelezen, maar was ten tijde van de eerste films maar één keer halverwege het eerste boek van In de ban van de Ring gekomen. Daardoor was ik ook niet voorzien van allerlei meningen over of Tom Bombardil wel of niet in de film moet. De eerste film was mijn favoriet, maar alle drie zijn ze met liefde en vakmanschap gemaakt. Je ziet cast en crew voor de camera letterlijk een “Fellowship” worden. Bij de laatste film mocht ik pers-screening in Amsterdam bijwonen, en moest halverwege al nodig naar de film. Ik wilde niks missen en besloot het op te houden, maar damn, wat heeft die film veel eindes. Sindsdien heb ik de boeken meerdere malen gelezen en ben ik fan. En de films? De extended versions staan prominent in mijn kast.
5: Star Wars originele trilogie (1977-1983)
Vanaf de eerste film zit je er in. Zonder veel moeilijk gedoe introduceert Lucas al vlot de meest herkenbare schurk uit de film geschiedenis. Darth Vader ziet er direct intimiderend uit. En dan horen we ook nog eens de stem van James Earl Jones en weten we dat het menens is. We maken kennis met Luke, en met hem staren we naar de binary sunset, dromend van avonturen. De muziek van John Williams maakt het af. We maken kennis met Han Solo, Chewie,Obi Wan, C-3PO, R2-D2, Leia… en zitten in een groots ruimte gevecht in een X-Wing. De tweede film introduceert meester Yoda, laat ons kennis maken met nieuwe locaties, werkt de bad guys nog beter uit, geeft ons de ultieme plottwist en laat ons achter met een ultieme cliffhanger. Mijn stiefvader grapte ooit toen ik deze film zag dat er nooit een derde film was gemaakt, mijn kinderleven stortte even in. En toen zag ik de derde film. Luke bereikt zijn potentieel, Leia is ook met haar gouden bikini badass, de keizer dwingt Luke tot het uiterste, en de Ewoks trekken ook ten strijde. Alle drie films hielden mij als kind op het puntje van mijn stoel. George Lucas twijfelde na een vroege screening ooit aan zijn project. Het was zijn vriend Spielberg die hem geruststelde: naast de special effects prees hij de kinderlijke naïviteit van de film als het ging over goed en kwaad, licht en duister. Juist daarin schuilde de kracht van de films. Wat voor zooi Disney als Star Wars ook uitbrengt, we hebben altijd deze drie films.

4: Papillon (1973)
wat er allemaal wel en niet waar is uit het biografische boek van Henri Charrière zal wellicht nooit duidelijk worden. Maar zijn verhaal over verschillende ontsnappingspogingen vanaf Frans-Guyana leverde een spannend boek en een geweldige film op. (En een remake in 2017 waarvan het nut niemand duidelijk werd). Regisseur Franklin J. Schaffner maakte er niet simpelweg een avontuur van, maar een meditatie over de (on)breekbaarheid van de menselijke geest. Kluizenkraker Papillon (Steve McQueen) wordt in 1933 ten onrechte veroordeeld voor het doden van een pooier en levenslang naar een strafkamp gestuurd. Onderweg ontmoet hij meester vervalser Louis Dega (Dustin Hofman). Samen besluiten ze te kijken of ontsnapping mogelijk is. Waar tegenwoordig greenscreen in een studio voor locaties zorgen werd destijds de oorspronkelijke gevangenis vanaf originele bouwtekeningen nagebouwd. Spanje en Jamaica zorgden voor de buitenlocaties. In de aftiteling zien we imponerende beelden van de originele gevangenis, gesloten in 1946, en langzaamaan weer overwoekerd door de jungle. De film geeft een vrij realistisch beeld van hoe het leven daar voor de veroordeelden geweest moet zijn… hel op aarde. De mislukte ontsnappingspogingen, de eenzame opsluitingen en het blijven koesteren van hoop eisen een fysieke en geestelijke tol. Als kind was ik diep geraakt hoe Papillon niet opgeeft. Is het de kracht van hoop of juist de afwezigheid van een leefbaar alternatief? De laatste scene waarin Papillon overweegt te ontsnappen via een duik van een tientallen meters hoge klif zegt het allemaal. “Het lijkt me zo desperaat” zegt een twijfelende Dega. Alles wat Papillon nog doet is grijnzen. Hij weet het, maar hij moet simpelweg wel. Een film die als kind een enorme indruk op me maakte.
3: The Crow (1994)
Ik zag The Crow toen ik een jaar of zeventien was, en de film maakte destijds een diepe indruk op me. De meeste actiefilms die ik destijds bij de lokale videotheek huurde waren kolderiek maar ook wel met een hard randje. Batman was een heerlijk gotische Burton fantasie, maar The Crow neemt dit alles een stapje serieuzer. De stad in deze film is duister, grauw en het lijkt altijd te regenen. Het ziet er allemaal net even iets troostelozer en realistischer uit dan bij Burton. De soundtrack is een heerlijke combinatie van alternatieve rock, grunge en hardrock die typerend is voor de eerste helft van de jaren ’90. Ik was destijds helemaal into die muziek, en dat zoog me ook mee in deze film. Het verhaal is niet origineel: man keert terug uit de dood om wraak te nemen op de moordenaars van zijn geliefde. Deze film moet het vooral van sfeer hebben. De scene waarin Eric één van de misdadigers uitschakelt door hem vast te tapen in diens auto en hem vervolgens zijn ondergang tegemoet laat rijden is een mooi voorbeeld hiervan. Wanhopig probeert deze T-bird zich er uit te praten tot hij Eric herkent. Geschokt probeert hij Eric en zichzelf er nog van te overtuigen dat dit alles niet mogelijk zou moeten zijn: “We killed you dead, there ain’t no coming back, there ain’t no coming back“. De dood zag er zelden zo stilistisch uit.

2: Rocky (1976)
Sommige films verdienen het predicaat: perfecte film. Goede acteurs, goede regie, verhaal als een klok, budget werd slim gebruikt, de kijker leeft mee en voelt emotie… Rocky is voor mij zo’n film. Een film die door veel onnodige sequels een totaal andere reputatie kreeg. Maar die eerste film is gewoon heel goed. Rocky Balboa (Sylvester Stallone) is een bokser die ooit potentie had, maar het niet heeft waar kunnen maken. Hij verdient een miezerig inkomen met vechten in rokerige sportzaaltjes en doet kleine “klusjes” voor een lokale maffioso. Niemand om hem heen lijkt hem voor vol aan te zien. Er is echter een lichtpuntje: Rocky heeft een zwak voor de verlegen Adrian (Talia Shire). Via haar broer, de morsige dronkenlap Paulie (Burt Young) vraagt hij haar mee op een date. Voorzichtig ontstaat er een romance. Ondertussen zit de wereldkampioen boksen Apollo Creed (Carl Weathers) met een probleem. Een wedstrijd waar veel geld te verdienen viel gaat niet door vanwege een blessure bij zijn opponent. In plaats daarvan verzint hij een promotiestunt. Als wereldkampioen wil hij een totaal onbekende bokser een titelgevecht aanbieden. Zijn keuze valt op Rocky. Wat maakt de film in mijn ogen zo goed? Natuurlijk zijn er de trainingsmontages en het mooie eindgevecht. Maar Rocky heeft zoveel meer te bieden. Het is in de kern een mooi ingetogen verhaal over een bescheiden man die waardering, zelfrespect en liefde weet te vinden. Een geweldige soundtrack (nog steeds synoniem voor hard trainen). Een cast en crew die door geldgebrek op creatieve wijze aan de slag moeten. Maar bovenal het werk van Stallone die onder lastige omstandigheden in zijn film bleef geloven. Het mooiste is dat er achter het traditionele sportverhaal een veel persoonlijker verhaal schuilgaat: dat liefde en zelfrespect een zwaar leven zoveel beter maken. Een absolute topfilm. En zie tegenwoordig nog de ogen van trainende sporters oplichten als “Gonna fly now” speelt.
1) Trainspotting (1996)
yep, Danny Boyle’s Trainspotting is mijn favoriete film ooit. Ik zag de film op een moment in mijn leven dat er veel ging veranderen. Ik woonde nog thuis, maar zou weldra op kamers gaan in Groningen. De film had op mij een enorme impact, en met mij een hele generatie. Of is dat alleen mijn gevoel? Ineens ging ik steeds vaker uit, verkende het nachtleven van Groningen en leerde nieuwe mensen en nieuwe invloeden kennen. Niet dat mijn leven zo trippy en donker was als dat van Trainspotting, verre van. Maar iets in het verhaal van Renton raakte me: het loslaten van de omgeving waarin je was opgegroeid. De muziek, het hangen met vrienden, het uithalen van ongein, en soms ook het helemaal niets doen, het was allemaal een beetje van ons. De scène die mij bijbleef was de speech van Sick Boy is het park, terwijl ze op honden aan het schieten zijn. Eens heb je het, maar met de tijd raak je het kwijt. Profetische woorden voor Sick boy zelf. Beautifully fucking illustrated. De film zou de carrières van de regisseur en cast lanceren, mede geholpen door een geweldige soundtrack. Net als Pulp Fiction was dit ook zo’n CD die iedereen in mijn studententijd leek te hebben of in elk geval kende. Het leverde mij een enorme voorliefde voor Iggy Pop op. Maar het was vooral de punk en junk cultuur uit de film en de geweldige samensmelting van moderne en klassieke alternatieve muziek die in de liefhebbers in de 90s wist te raken. Van de stampende beats uit Underworlds “Born Slippy” tot het energieke en opzwepende “Lust voor life” van Iggy Pop, een heerlijke CD om naar te luisteren. Het boek van Irvine Welsh is ook een absolute aanrader. Vast niet ieders favoriete film, maar 100% wel die van mij.
Be the first to comment